Jan Dirk
Fotografie: Stacii Samidin

Een criminoloog verhoudt zich doorgaans vooral tot de academische wereld, het hoger beroepsonderwijs en diverse organisaties en instellingen. In mijn werk is het zaak dat ik daarnaast steeds verbinding zoek met de jongeren waar het praktijkgerichte onderzoek betrekking op heeft. Ik hoop altijd dat jongeren en Credible Messengers positief op mij reageren. Dat zal vooral lukken als zij in de samenwerking voelen dat ik voldoende mijn best doe te begrijpen wat in hun leven speelt. Het liefst op het gevoelsniveau van de mens die we allemaal zijn. Die er simpelweg bij wil horen, gezien wil horen en ertoe wil doen. Zo hoop ik dat ze ervaren dat ik oprecht betrokken ben, ondanks soms grote verschillen in achtergrond. Met de kennis die ik op straat opdoe, probeer ik vervolgens duidelijk en ook toegankelijk te verwoorden wat de situatie is toegelicht door de jongeren zelf. Wat voor oplossingen zoeken zij? En met welke houding en interventies zijn ze dan het beste te ondersteunen? Ik doe daarbij mijn best zeer belangrijke en erg ingewikkelde dingen, zo simpel mogelijk te benoemen. Het liefst wil ik ze navoelbaar kunnen brengen: dat problemen vaak samenhangen met relaties, met een gevoel van het ontbreken van zingeving, met perspectief of werk en van betekenis willen zijn voor een ander. Daarmee verhoudt mijn werk zich eigenlijk weinig tot de statistiek. Verder mijd ik vaak het opsommen van risico’s en het steeds benadrukken van problemen. Ik denk dat nieuwe inzichten om positieve gevoelens van inclusie en identiteitsvorming te stimuleren, vooral zullen bijdragen aan verbetering. En dat zonder de harde realiteit van de straat uit het oog te verliezen. Want als een aantal van die jongeren zo gemakkelijk zijn te beïnvloeden op straat, waarom lukt het ons dan soms niet als professionals? Misschien wanneer we ze vooral benaderen als risico- of kwetsbare jeugd?

In het maken van contact is vooral jezelf zijn erg belangrijk, is mijn ervaring tot nu toe. Met vallen en opstaan, overigens. Ik heb geen achtergrond op straat. Vanwege persoonlijke omstandigheden heb ik om andere redenen wel nare dingen meegemaakt. Vanuit die ervaring ben ik ervan overtuigd dat negatieve gebeurtenissen weer om te zetten zijn in iets positiefs, bijvoorbeeld door er juist een bron van groei en ontwikkeling aan te ontlenen. Soms helpt het dat soort persoonlijke levenservaring in te zetten wanneer je connectie maakt. Uiteraard moet je dan niet beweren dat je weet hoe de ander zich voelt of wat die heeft meegemaakt. Ieder heeft daarin zijn eigen beleving. Maar zo een stuk van jezelf laten zien, inclusief de pijnlijke kanten, kan de ander stimuleren dat ook te doen.

In mijn vak is het belangrijk medeleven op te kunnen brengen voor de jongeren. Dat is echter even zeer van belang als je bijvoorbeeld kijkt naar het handelen van ambtenaren. Het is zaak ook begrip op te brengen voor de ingewikkelde situaties waar vanuit zij moeten handelen, mogelijk onder grote druk en binnen allerlei beperkingen. Als ik die overtuiging op straat deel, willen mijn professionele connecties die daar met hun poten in de modder staan, mij nog weleens een ‘ambtenarenvriendje’ noemen. En het klopt dat veel ambtenaren misschien niet zijn opgegroeid in ingewikkeld gezin of moeten zien te overleven binnen een straatcultuur, zoals de jongeren die zij helpen. Toch is het zo dat ook in een ingewikkelde ambtelijke afrekencultuur iemands gedrag onder veel druk komt te staan door allerlei negatieve krachten. Ik denk dat kennis daarvan en ook oog voor de cultuur binnen het stadshuis of het stadsdeelkantoor, met veel aandacht voor de relaties tussen mensen op die werkvloer, maakt dat resultaten van praktijkgericht onderzoek uiteindelijk ook ambtenaren meer perspectief kunnen bieden om te doen wat nodig is voor het gezamenlijke doel: een positieve ontwikkeling faciliteren bij de jongere. Als criminoloog kun je ook op enige academische afstand blijven door slechts te zeggen: we moeten vroeger problemen signaleren bij jonge kinderen. Als je in je adviezen echter niet meeneemt wat de implicaties daarvan zijn op de werkvloer van een school of in een samenwerkingsverband met zorgpartners die je verantwoordelijk maakt, dan blijf je een beetje de kapitein aan de wal. Door kennis te nemen van de cultuur en onderlinge afhankelijkheidsrelaties op zowel de straat als in het stadhuis, kun je adviezen beter afstemmen op de weerbarstigheid van die praktijk en alle krachten die daar spelen vanuit belangen, capaciteit, concurrentie, beleidskeuzes en politiek.

Fotografie: Stacii Samidin

Ik ben dankbaar dat ik een Credible Messenger mag zijn. Niet als een ervaringsdeskundige uit de wijk, maar eerder in een adviesrol voor de Credible Messengers zelf en hun jongeren. Ik wil bijdragen met onderzoekskennis over wat zij nodig hebben op straat om hun rol van betekenis op te pakken. En wat het systeem weer nodig heeft zodat zij daar hun goede werk kunnen blijven doen met voldoende ondersteuning. Ik hoop ook uit te leggen waarom Credible Messengers zo belangrijk zijn binnen de integrale aanpak van jeugdcriminaliteit. En tevens waar hun kwetsbaarheid in zit op lokaal niveau en binnen het systeem van partners. Daarbij blijft het zaak om ook kritisch te spiegelen op overtuigingen die Credible Messengers weer vanuit een wijkcultuur hebben opgedaan. Zodat ze niet alleen credible blijven voor de jongeren en aansluiten bij hun manier van denken en doen. Het is van belang dat ze ook beseffen hoe belangrijk het is dat ze de reproductie van straatcultuur, waar nodig, en het gebruik van diverse informele contacten en interventies goed kunnen toelichten. Dat ze methodisch kunnen aangeven wanneer dergelijke patronen doorbroken worden in een bepaald traject als een jongere zich in een nieuwe, positieve sociale rol van betekenis voelt voor een ander en het straatleven meer los gaat laten. Als de Credible Messengers dat goed over het voetlicht krijgen, stelt dat een ambtenaar of een partner weer in staat stelt zijn of haar steun te verlenen waar dat nodig is.

Ik denk dat ADAMAS een mooi, groeiend netwerk van ervaringsdeskundigen en andersoortige gepassioneerde professionals toevoegt aan de stad. Dit netwerk kan de verbinding met onze jongeren verstevigen in alle wijken die ertoe doen. In de initiatieven die er al zijn op die plekken, is uiteraard vaak al sprake van die verbinding. Een aantal van die initiatieven heeft juist om die reden ook credible messengers aangeleverd. Met ADAMAS ontstaat er vervolgens een netwerk dat de kracht van het lokale behoudt, maar tegelijkertijd een potentie heeft de gehele stad te bestrijken. Waarbij weer nieuwe mogelijkheden ontstaan om elkaar te versterken, elkaars contacten te benutten en best practices uit te wisselen. Dat gebeurt in een vorm van verbondenheid waarbij de lijntjes kort zijn, heb ik al gemerkt. Hoe dit alles zich uiteindelijk gaat verhouden tot de bestaande structuren, welke concrete activiteiten daarbij de boventoon gaan voeren en wat dat nog voor spannende uitdagingen oplevert in de integrale samenwerking, informatiedeling en de regie daarop, dat zullen we zien. Ik kijk in ieder geval erg uit naar die ontwikkeling.